db-515+516 pride

(c) pixabay(dot)com

db-515+516 (NL)

pride

’t Is niet alleen de dwaas met z’n boos gemoed (Psalm 14:1 ber.) die mij ervoor doet terugdeinzen om trots te zijn. Méér nog het feit dat ik zo anders ben dan mijn goede Schepper het oorspronkelijk, volmaakt bedoelde.

Door de zondeval (Genesis 3) leef ik in een gebroken, onvolkomen, zondige werkelijkheid. Ben ik niet de volmaakte man die ik, voor mijn Schepper en mijn naaste, zou behoren te wezen. Gaat m’n weg niet over rozen, maar doornen, distels, met raadsels, rafels, en depressies.

Anderen (met eender of alternatieve gebrokenheid, of zelfs met balk in eigen oog) geeft dat beslist GÉÉN vrijbrief om mij daarom voor ‘t hoofd te stoten, op ‘t hart te trappen, of met de pressie in wanhoop doen ont-aarden…

Maar ik, ik ben niet trots omdat ik ‘zo’ ben. Heb ook niets te vieren. Wel te dragen, en te vragen:

“Heere, God van Noach,

en van de boog die gezien wordt in de wolken,

laat om Jezus’ wil:

géén trots, maar een nederig gemoed,

géén dwaze hovaardij, maar arm-makende genade,

géén ijdele fierheid, maar Uw Kracht in zwakheid,

géén (zonde)schuld, maar vergeving,

géén ondanksloon, maar ware dankbaarheid,

ook over mij (en ons) Uw reddingscepter zwaaien.”