Je hebt er geen AI voor nodig om rood-groen te ontwijken. Denk slechts aan hun dreigement om de gehele Israëlische bevolking te gijzelen als drukmiddel tegen de strijd om Gaza, door hen geframed als volkerenmoord…
Je kunt zeggen dat het wél kan, maar het rood-wit-blauw van onze nationale driekleur dekt het jaren-’60-groen van de intolerantie, marginalisering en de goddeloze uniformiteit bepaald niet…
Moet het dan nóg dieper rood, méér groen of blauw(-wit) op straat?
Radicaal anders:
“Tot God wilt u begeven, Zijn heilzaam Woord neemt aan, als vrome christen leven, ’t zal hier haast zijn gedaan.”*
_____
* Wilhelmus:15b
_____
Het kan nóg (2)
Voor duizenden medelanders is er geen stembiljet. Evenmin onderwijs, al dan niet gegrond op de Heilige Schrift.
Geen ‘eigen risico’, want gezondheidszorg is aan hen niet besteed.
Ze komen niet ‘out’, raken niet ‘in’… Zien nooit het zevenkleurige teken van Góds onveranderlijke trouw in der wolkenboog.
Ze wonen niet ‘op vijf minuten fietsen’ van een azc in een villawijk aan de overzijde.
Hun leven (schier ‘het recht’ van een ander…?) werd hen zonder hún wil of weten, en tégen Zíjn geopenbaarde wil en Wet, in de moederschoot ontnomen door abortus provocatus.
Hoewel ik er zelf (door beperkte energie) nog niet eens aan toekwam om ze allemaal te lezen of te beantwoorden, is het hoog tijd voor een dank-woord voor alle hartelijke felicitaties.
Ditmaal heb ik er een wiskundig teken voor geplaatst om niet (als een langspeelplaat) in herhaling te vallen voor wat betreft dit stukje.
> is het ‘groter-dan-teken’.
Ik wil er maar mee uitdrukken hoezeer ik uw, jouw en jullie meeleven en gelukwensen vanwege mijn verjaardag gewaardeerd heb en nog waardeer!
Terwijl ikzelf ‘van kwartaal naar septet’ ging, was het wederom overweldigend. Om stil van te worden.
Toen ik een plaatje zocht voor bij mijn vijfenveertigste verjaardag, verscheen er als eerste eentje van een ouderwetse 45-toeren langspeelplaat.
Dit type elpee had een kortere speelduur, maar bood een betere geluidskwaliteit en werd meestal voor singles gebruikt, zegt men.
Wat daarvan figuurlijk op mij van toepassing is? Daar waag ik me maar niet aan.
In mijn beleving en beperkingen blijft ‘de naald’ vaak in dezelfde moeizame groeve(n) steken… Ook het afgelopen levensjaar.
Des te groter het wonder dat het geheim van Zijn lankmoedigheid en taai geduld nog geen einde kende. Ondanks mijn ‘halsbrekende’ toeren, een kostbare, onverdiende, gave.
Eind maart lag er al eentje klaar: een blog met een foto van de zeldzame boventuin bij mij in de buurt. Maar van plaatsen kwam het niet…
Eerst dacht ik aan een maandje uitstel, ter afsluiting van het eerste trimester. Maar ook dat schoot erbij in, evenals het semestereinde.
Maar met een schuldige blik op de zomerse boventuin haast ik me nu om de jarigen van het eerste septet (januari t/m juli) alsnog hartelijk te feliciteren.
Het moge met hen gaan als met deze dakbeplanting, die het van Boven krijgt en hebben ‘moet’ – genadiglijk!
Het Hoofd van de ene heilige, katholieke (=algemene) Christelijke Kerk is in de hemel, aan de Rechterhand des Vaders met ere en heerlijkheid gekroond: het Lam Gods, Dat dood geweest is, maar leeft tot in alle eeuwigheid.
Hij is het énige Hoofd van de triomferende Kerk in de hemel, de strijdende Kerk op aarde, én van de komende Kerk. Deze laatste zijn zij die, naar Gods verkiezend welbehagen, in de tijd nog zúllen worden toegebracht tot Zijn Gemeente.
Welgelukzalige Kerk!
Geen paus van Rome. En ze raken zelf ook ‘paus’ af.
De een viel, een ander ontviel. Een derde werd gefusilleerd en een vierde kwam om door bommen of granaten. Weer een ander kreeg de kogel of werd op gruwelijker wijze vermoord, uitgeroeid en/of vernietigd.
Twee minuten stilte voor talloze oorlogsslachtoffers – meest onbekenden.
Herinneringen vervagen van en aan verdwijnende generaties die het aan den lijve ondervonden: 1940-1945.
Één voor één verschenen ze voor de troon van de Heilige van Israël: voor vorstin en Vaderland gevallen, om afkomst uitgeroeid, of in verzet, door verraad of anderszins gedood of aan de dood overgegeven.
Wij gedenken, opdat wij niet en nooit zouden vergeten.
Het besluit van de ministerraad om de jaarlijkse dodenherdenking van de gevallenen in de tweede wereldoorlog op zondag te doen plaats hebben nu de vierde mei op een zondag valt, betreuren we zeer. En wel om verschillende redenen.
In de eerste plaats omdat we van mening zijn dat door het organiseren van deze herdenkingen op zondagavond de zondagsrust niet bevorderd wordt. De rustdag is een kostelijk goed. Om het behoud van de zondag als de dag des Heeren moeten we worstelen. Vooral ook in onze tijd nu men steeds minder de gave Gods in de rustdag ons geschonken gaat zien. En we zouden dan ook allen die de Heere en Zijn Woord liefhebben willen oproepen om de zondag te vieren overeenkomstig onze roeping als christen.
In de tweede plaats zijn we van mening dat de gehele bevolking in de gelegenheid moet worden gesteld om de doden te herdenken die in de tweede wereldoorlog zijn gevallen. Het moge dan misschien vele jongeren niet meer zo aanspreken, maar de ouderen die de donkere oorlogsjaren hebben meegemaakt, die de verdrukking en de tyrannie hebben ondervonden, die gezien hebben hoevelen gevallen zijn in de worsteling om de vrijheid van ons volk, niet alleen in de oorlogsdagen toen velen gesneuveld zijn, maar ook in de donkere en bange jaren die daarop gevolgd zijn, willen gaarne aan hen terugdenken die de dag der vrijheid niet hebben beleefd omdat ze in de worsteling om die vrijheid hun bloed hebben moeten offeren. Daarbij zijn ouders die hun kinderen verloren zijn. Daarbij zijn vrouwen die eenzaam achterbleven omdat hun mannen zijn gesneuveld.
Daarbij zijn broeders en zusters die nog treuren om het verlies der gevallenen. Voor velen van hen zal het nu onmogelijk zijn om aan deze dodenherdenking deel te nemen omdat ze de overtuiging hebben dat dergelijke samenkomsten met kransleggingen, klokgelui, uitsteken van vlaggen en dergelijke niet overeenkomen met de eis om de dag des Heeren af te zonderen van de andere dagen der week.
In de derde plaats zijn we van mening dat de zaterdagavond zich uitnemend leent voor een dergelijke herdenking. Op zaterdagavond kan de gehele Nederlandse bevolking aan deze samenkomsten deelnemen, behoeft niemand uit principe weg te blijven, zodat de eenheid van ons volk ten aanzien van deze zaak duidelijk uitkomt. Nu zaait men met een dergelijk besluit verdeeldheid zonder dat het nodig is.
We kunnen dan ook die gemeentebesturen prijzen die de dodenherdenking toch op de zaterdagavond hebben gesteld om bovengenoemde redenen. Laat men dan op zondag samenkomen in de kerken om in de kerkdiensten ook terug te denken aan de gevallenen. Het zou zijn nut kunnen hebben om ons volk er aan te herinneren in welk een grote nood ons volk geweest is vanwege onze zonden en afmakingen. Hoe goedertieren en genadig is de Heere geweest in de bevrijding van ons volk. Laten we tot inkeer komen en ons bekeren. Want het gaat niet goed met ons volk. En zou het oordeel dan kunnen uitblijven?
Hoe schadelijk de roep die toetert dat het ‘beter’ wordt. Of ‘better’, want meestal klinkt die in het Engels. Maar wat moet je als dat bij jou uitblijft?
‘Eigen schuld, dikke bult.’ Dat was de keiharde pleister vanaf een zogenaamd tolerante, inclusieve tribune.
Daar zit je dan. Alleen.
Blijk je toch ‘fout’ te zijn.
Alle gepraat over ‘zijn wie je bent’ ten spijt.
Dan ben je soms ver weg. Als een schaap der verderving.*
zonder Herder
zonder verder
Maar bij leven, en zelfs zonder welzijn, is er al-tijd een Weg. Terug.
Mij aangaande: tenware de Heere geweest, ik ware vergaan.